Vieze vuile overspelige klootzak.
Er vindt deze week helemaal geen congres voor letselschade-advocaten plaats in het Postillon in Rotterdam. De congresagenda is volkomen leeg. Ja, op een mini-symposium na dan, georganiseerd voor en door één enkele letselschade-advocaat, dat plaats gaat vinden op zijn hotelkamer en waarvoor verder alleen die misselijke tuthola met haar dikke tieten is uitgenodigd. Je zogenaamde secretaresse, die na drie maanden op kantoor nog steeds niet snapte hoe ze mij naar jou kon doorverbinden.
Wat ben ik blind geweest.
Op ons echtelijk bed ligt je koffer klaar. De strijkplank staat ernaast, met daarop de overhemden die ik voor je zou strijken. Je sokken, je ondergoed, je pantalon, de schoenen voor bij je bruine kostuum en je toilettas had ik al ingepakt. Keurig, al zeg ik het zelf. Ik had er zelfs aan gedacht om je exemplaar van Thinking, fast and slow van je nachtkastje te pakken en op je pyjama te leggen, maar je bent helemaal niet van plan te gaan liggen lezen in dat bed, hè? Zwijn.
En je pyjama heb je vast ook niet nodig.
Ik leg je boek terug op je nachtkastje en je pyjama in de kast. Heel even beheers ik me nog.
Dan draai ik de strijkbout op maximaal en plaats die op je overhemden.
“Lieverd,” hoor ik van beneden, “als ik op tijd wil komen, moet ik over uiterlijk vijf minuten gaan.”
“Bijna klaar,” roep ik terug.
Ik gooi de koffer leeg op de grond. Onze kat, die waarschijnlijk net op het bed had willen springen, stuift er vandoor.
Ik had helemaal de verkeerde spullen ingepakt! Voor een mini-symposium heb je heel andere dingen nodig dan voor een congres. Overhemden met brandvlekken bijvoorbeeld. Ik smijt ze in de koffer. Je toilettas moet natuurlijk ook mee, maar dan haal ik eerst even je tandenborstel door de wc-pot. Zo. Wat dacht je van de haren uit het doucheputje? Onontbeerlijk.
Dit is al een stuk beter, maar er moet nog veel meer in die koffer. Met zo weinig kan ik je niet laten gaan. Ik loop jachtig heen en weer, op zoek naar wat je nog meer van pas zou kunnen komen daar in Rotterdam. Ik kan niks bedenken, tot ik de kat hoor graven.
“Moet ik helpen,” roep je. Het klinkt alsof je opstaat en naar de trap loopt.
“Nee, joh,” doe ik luchtig.
Maar je komt eraan, dus ik schop zo snel ik kan je sokken, je ondergoed, je pantalon en de schoenen voor bij je bruine kostuum onder het bed. Vervolgens kieper ik de kattenbak met inhoud en al in de koffer, gooi de koffer dicht en sluit die. Net op tijd.
“Wat ruikt het hier branderig,” zeg je.
“Ja, het ging bijna mis met strijken. Maar het is goed gegaan.”
“Dankjewel, lieverd. Tot donderdag.”
“Tot donderdag. Veel plezier in Rotterdam.”
En geniet van de stront.
Een afrekening, en wel me de kattenbak erbij! 🔥 ZGG · Zeer graag gelezen