Zijn borst werd heen en weer geschud.
‘Gerard! Gerard!’
De slaapkamer was nog donker. In het duister hing het bleke gezicht van zijn vrouw boven hem, bezweet, paniekerig.
‘Gerard! Het is zover!’
‘Wat?’ vroeg hij slaperig. Zijn hoofd ging langzaam mee van links naar rechts door het geschud van zijn vrouw.
Maar opeens besefte hij de betekenis van haar woorden. ‘Oh shit! Het is zover!’
Hij schoot overeind.
Jantien zakte terug tegen het hoofdeinde van het bed. Ze legde één hand op haar zwangere buik. Met de andere liet ze haar mobiel zien.
'Terwijl jij door alles heen sliep heb ik met het ziekenhuis gebeld. Ze zeggen dat we nu moeten komen. We hadden al veel eerder moeten bellen. De weeën zijn écht en ...' Ze kreunde met een van pijn vertrokken gezicht. 'onder de twee minuten.' Ze probeerde het als mededeling te brengen, maar haar stem klonk gejaagd.
Gerard Welderdonk, accountant, rots in de branding van PricewaterhouseCoopers als het aankwam op trage mergers waar elke komma moest kloppen, sprong uit bed.
Dit is waar hij zich op had voorbereid.
'Naar de auto!' riep hij.
'Nee,' zijn vrouw kreunde opnieuw, 'de vluchtkoffer.' Een lok haar plakte aan haar voorhoofd.
'Oja!'
Hij trok het A4-tje dat aan de deur van de slaapkamer was bevestigd los van het plakbandje. Op zolder lag de vluchtkoffer al deels ingepakt klaar. Het was zijn Samsonite Pro-DLX 6, een degelijke reiskoffer waar meer in paste dan je op het eerste gezicht zou verwachten. Dat was omdat hij uit kon klappen als je de buitenste ritsen gebruikte.
Er was haast bij. Het laatste wat hij wilde was een auto-bevalling. Het was vanuit Vlaardingen een kwartier rijden naar het ziekenhuis, maar je wist het nooit. En het moest in het ziekenhuis, want het was een tweeling. Financieel gezien was dat haalbaar, die tweeling.
'Gerard?!'
De vluchtkoffer!
Hij racete de trap op, struikelde, maar stond weer op en pakte dubbele treden.
BAM
De deur van de zolder vloog open. Daar lag de koffer. Bovenop dikke sokken voor Jantien als ze koude voeten kreeg. Voedingsbh's, rompertjes, mutsjes, broekjes, een paar hydrofiele doeken, zijn zwembroek, een boek, een kruik, kaarsjes voor de sfeer. Hij wist precies wat eronder zat. Als superman zag hij dwars door de bovenste laag heen. Zijn camera, kleingeld en briefjes, flesjes water met een rietje.
Wat nu?
Zijn trillende handen lazen het A4-tje in zijn hand. Hij moest opschieten. Als hij te laat was, was het zíjn falen. Kom op, hij kon dit.
Juist, de toiletspullen.
Hij denderde weer de trap af. Zijn vrouw leunde in de deuropening van de slaapkamer. Ze pufte met een rood hoofd. Haar hand was op haar buik.
'Gerard, liefste, zou je alsjeblieft op kunnen schieten?' Liefste was uitgesproken met een nadrukkelijke sis.
'Ik ren toch?' riep hij. Godsamme, alsof het sneller ging als ze hem achter de broek aan zat. Waarom was hij ook alweer naar de tweede verdieping gegaan? Oja, de toiletspullen. Shit, dit gaat te langzaam. Hij kon toch niet later dan zijn vrouw in de auto zijn?
Hij schoof alles wat op de wastafel stond in een opgerolde handdoek. In ieder geval zaten hun tandenborstels daarbij. Wat kon hij vergeten? De shampoo! Hij pakte de tubes uit het stalen zeepbakje in de douche. Maar nee! Voordat hij het goed te pakken had, glipte de plastic verpakking uit zijn handen. Het viel op de grond van de badkamer, tegelijk met een deodorantstick die uit de opgerolde handdoek viel.
'Gerard?!'
'Jahaaa!'
Hij verzamelde alles weer, rende naar boven en dumpte het in de koffer.
Niet nu, niet zo.
Al jarenlang was hij het lachertje van de afdeling omdat hij zo traag was. Als er koffie gehaald moest worden om de hoek werd gegrapt dat de vergadering voorbij zou zijn voordat hij met de juiste bestelling terug zou zijn. Marcel, de junior die altijd in gestreken shirts kwam, had eens gezegd dat als Gerard een printer zou zijn, dat de kopieën uiteindelijk perfect, maar ook vergaan door de tijd naar buiten zouden glijden. Gerard snapte niet helemaal wat hij bedoelde, maar de rest vond het hilarisch. Dit echter… Dit zou hij feilloos uitvoeren.
Met zijn rechtervoet stampte hij de koffer dicht.
Hij rende naar beneden.
Zijn vrouw liep richting de huiskamer. 'Ik moet wat water,' kreunde ze.
Gerard opende de voordeur. Na teruggelopen te zijn naar de auto en daadwerkelijk de sleutels te hebben gepakt, gooide hij de koffer in de achterbak. Terwijl zijn vrouw een glas water dronk rende hij achter haar langs voor de autostoeltjes.
'Die hadden we er toch al in moeten doen,' zei zijn vrouw, die de moeite nam om te stoppen met drinken om dat te zeggen.
'Als je dan een ongeluk krijgt moet je ze verwisselen!' gilde Gerard. 'Pak jij het voedingskussen?' riep hij nog naar haar.
Hij moest zijn verlies nemen. Ja, hij zou niet alles zelf hebben gedaan, maar in ieder geval zouden ze geen tijd verliezen. Er was die scene in Men in Black, waar de hoofdpersoon een vrouw moest helpen die in een taxi beviel. Het stuk waar bleek dat het een octopus-baby was, was niet wat de aandacht van Gerard had getrokken. Hoe hadden deze mensen het zo slecht gepland kunnen hebben dat ze in een taxi moesten bevallen? Het zou hem niet overkomen! Zijn kinderen hadden hem nodig!
De oplader trok hij uit het stopcontact in de hal.
Nog één keer naar boven als laatste check. Nu moest het gebeuren. Soms had je maar vijf minuten en dan was er al een bevalling. De zoogcompressen.
'Gerard!!!'
'JAAAA!'
Godsamme!! Ik kan dit!!!
Hij knalde de trap af, ramde door de voordeur naar buiten en sprong achter het stuur. Met zijn gordel pas half om draaide hij de auto en scheurde weg.
Met een vonk schoot hij over de steile helling van de Wytema garage onder het Sophia Kinderziekenhuis. De route langs de Rochussenstraat had hij vaak geoefend. De hele rit had hij de losse onderdelen van de vervolgroute door de hallen van het Sophie Kinderziekenhuis hardop voor zichzelf herhaald. Het zat nu als een film in zijn hoofd.
Zo meteen uitstappen, dan vluchtkoffer pakken, dan de stalen rolstoelen bij de lift, dan van de garage naar de bovenste liften. Daar door naar verdieping vier, rechtsaf bij de tweede plantenbak, door de schuifdeuren en je hebt je taak gedaan.
Yes!
Het plekje vlak voor de liften was vrij. Hij parkeerde links vooruit draaiend. Zijn handen waren nat over het stuur. Hij was de vluchtkoffer niet vergeten. Gordel los, met zijn linkerhand het portier open. Het was gelukt! Het was allemaal gelukt. De koffer, met een flinke bolling van het volstouwen, klapte op zijn wieltjes op het beton van de parkeergarage.
Euforisch rolde Gerard de vluchtkoffer naar de passagiersdeur.
Dit zouden ze navertellen op werk. Dit kon hij delen. Het was als het halen van zijn rijbewijs in één keer, of seks op je huwelijksnacht, van die overwinningen die je maar één keer in je leven kunt behalen of niet. Nu straks niet flauwvallen tijdens de bevalling, maar dat was bijzaak.
Jantien kon hem ook moeilijk hiervoor op zijn kop geven.
Hij opende de passagiersdeur met een breed gebaar. Ergens was hij een soort James Bond, die onder grote belangen door de stad heen was geracet.
'Mevrouw, uw rolstoel wacht. Er kan bevallen worden.'
Zijn ogen sperden zich wijd open. Duizenden gedachten tuimelden over elkaar.
De passagiersplek was ... leeg. Op de luxe stof van het business executive pakket zat niet de zwangere kont van zijn vrouw, maar rustte slechts lucht en lege dromen. Er hing wel een wolk van woede en een sfeer van toekomstige hilariteit.
Hij was ook zijn mobiel vergeten.
De parkeergarage was koud en leeg. Gerards vuistslag op het autodak galmde.
Ze zou een taxi nemen. Hij wist dat ze een taxi zou nemen. En hopelijk... hopelijk... zou ze hem nog aankijken voordat de kinderen er waren.
Prachtige setup. Zwangerschap en dan snel snel, it makes sense. Je eindigt wat vetel modus, maar goed, ik vond het een heerlijk verhaal, bedankt voor je (eerste) bijdrage) 🔥 ZGG · Zeer graag gelezen